Het nieuwe Strafwetboek treedt in werking: wat verandert er?

Op 1 september 2026 treedt het nieuwe Belgische Strafwetboek in werking. Voor het eerst sinds 1867 krijgt ons strafrecht een volledig nieuwe basis. De hervorming is een van de grootste in de Belgische rechtsgeschiedenis en heeft gevolgen voor zowat elke burger en onderneming zowel voor daders als slachtoffers. In deze blog zetten we de belangrijkste punten op een rij.
Van Napoleon tot vandaag
Het huidige Strafwetboek gaat terug tot het begin van de 19e eeuw en werd nadien voortdurend aangevuld met losse wetten, zonder dat er ooit een globale herziening kwam. Het gevolg: een lappendeken van bepalingen die niet steeds aansloten bij de maatschappelijke realiteit. Het nieuwe wetboek moet daar verandering in brengen door te focussen op drie uitgangspunten: accuraatheid, eenvoud en coherentie.
Een uitgestelde inwerkingtreding
Het nieuwe wetboek werd al op 8 april 2024 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, met een geplande inwerkingtreding twee jaar later, op 8 april 2026. Die datum werd echter niet gehaald. Verschillende aanverwante wetgeving — onder meer rond GAS-boetes, verkeer, wapens en drugs — waren nog niet (tijdig) aangepast aan het nieuwe systeem. Om chaos en procedurefouten te vermijden, werd de inwerkingtreding verschoven naar 1 september 2026, de start van het nieuwe gerechtelijk jaar.
De structuur: twee boeken
Het nieuwe Strafwetboek bestaat uit twee delen:
Boek I bevat de algemene beginselen van het strafrecht: de voorwaarden voor strafbaarstelling, de regels rond strafrechtelijke verantwoordelijkheid en het stelsel van straffen.
Boek II somt de concrete misdrijven op en koppelt elk misdrijf aan een strafniveau uit Boek I.
De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen
Acht strafniveaus
Het oude systeem met de achterhaalde driedeling tussen criminele-, correctionele- en politiestraffen verdwijnt. Het Nieuwe Strafwetboek werkt met acht strafniveaus waarbij voor elk niveau zeer specifiek de straffen worden bepaald. Dit moet de bestraffing transparanter en voorspelbaarder maken.
Ruimer arsenaal aan bijkomende straffen
Naast de hoofdstraf per niveau voorziet het wetboek een uitgebreide lijst bijkomende straffen, met een apart stelsel voor natuurlijke personen (o.m. verlengde opvolging, geldboete, verbeurdverklaring, ontzetting uit rechten, beroepsverbod, verval van het recht tot sturen, verblijfs-, plaats- en contactverbod) en voor rechtspersonen (o.m. geldboete, verbeurdverklaring, verbod om een activiteit uit te oefenen voor 1 tot 10 jaar, sluiting van de inrichting, bekendmaking van de veroordeling).
Voor rechtspersonen komt er bovendien een nieuwe straf naar analogie met de werkstraf voor natuurlijke personen: de dienstverlening ten gunste van de gemeenschap.
Toerekeningsvatbaarheid = niet meer zwart/wit
Vroeger was een dader ofwel volledig toerekenbaar of niet. Er was geen middenweg. Nu kunnen daders die niet helemaal toerekeningsvatbaar zijn, veroordeeld worden tot "behandeling onder vrijheidsberoving"' in een gesloten forensische instelling voor 6 maanden tot 20 jaar.
Let op: deze maatregel gaat pas in vanaf 2035 gezien momenteel nog onvoldoende plaatsen beschikbaar zijn in de forensische centra.
Gevangenisstraf als laatste redmiddel.
Het wetboek voorziet in een breder gamma aan mogelijke straffen, waarbij een effectieve gevangenisstraf pas in beeld komt als andere sancties niet volstaan (het zogenaamde ultimum remedium-principe).
Verstrengde aanpak van intrafamiliaal en seksueel geweld.
Er komen nieuwe strafbaarstellingen en verzwarende omstandigheden voor onder meer intrafamiliaal geweld, seksueel geweld, geweld tegen mensen met een maatschappelijke functie (dokters, politieagenten, advocaten...) en terrorisme.
Nieuwe en verdwenen misdrijven
Lijkschennis, het bezit van een verborgen ruimte in een voertuig en het gooien van voorwerpen over gevangenismuren zijn bijvoorbeeld nieuwe misdrijven.
Ook het maken en verspreiden van pedofiliehandboeken wordt strafbaar gesteld.
Daarnaast verdwijnen er ook een aantal zaken uit ons Stafrecht zoals sekswerk en het onterecht voeren van een adellijke titel.
Wat met feiten van vóór 1 september 2026
Een cruciaal aandachtspunt voor de praktijk is het overgangsrecht. Voor feiten gepleegd vóór de inwerkingtreding blijft in beginsel het oude Strafwetboek van toepassing. Enkel wanneer het nieuwe wetboek voor diezelfde feiten in een mildere strafmaat voorziet, geldt het principe van de lex mitior en moet het Nieuwe Strafwetboek worden toegepast. Concreet zullen rechtbanken, parketten en advocaten de komende jaren voor elk dossier met feiten voor de inwerkingtreding een vergelijking moeten maken tussen het oude en het nieuwe wetboek. Deze vergelijkingsoefening vergt een grondige kennis van beide wetboeken: doorgedreven bijstand van een raadsman is dan ook steeds noodzakelijk.
Wat betekent dit voor u?
De hervorming raakt zowel het materieel strafrecht als de manier waarop dossiers de komende jaren zullen worden beoordeeld. Voor lopende procedures, nieuwe klachten of vragen over de toepasselijke regelgeving is het dan ook aangewezen om u tijdig te laten informeren over de gevolgen voor uw concrete situatie. Deskundige begeleiding is dan ook onmisbaar.
Heeft u vragen over de gevolgen van het nieuwe Strafwetboek voor uw dossier? Neem gerust contact op met ons kantoor — wij volgen deze hervorming op de voet en begeleiden u graag doorheen de overgang naar het nieuwe strafrecht.
Opmerkingen